
De Belgische Grondwet zegt dat alle leerlingen recht hebben op een morele of godsdienstige opvoeding op school. Officiële scholen (= scholen van het gemeenschapsonderwijs + stedelijke, gemeentelijke en provinciale scholen) moeten tot het einde van de leerplicht de keuze aanbieden tussen onderwijs in één van de erkende godsdiensten. De erkende godsdiensten in België zijn het katholicisme, de orthodoxe godsdienst, het anglicanisme, het protestantisme, het jodendom en de islam. Daarnaast moeten die scholen ook niet-confessionele zedenleer aanbieden, een vak dat niet op een godsdienst gebaseerd is.
Als je je voor het eerst inschrijft in een officiële school, moeten je ouders schriftelijk meedelen dat je een cursus in die godsdienst wil volgen. Normaal geeft de school bij de inschrijving een formulier aan je ouders waar je de keuze kunt maken tussen een cursus in één van de erkende godsdiensten of niet-confessionele zedenleer. Bij de start van elk schooljaar kan je die keuze wel nog wijzigen en eventueel veranderen van school.
Als je ouders of jijzelf (als je meerderjarig bent) op basis van jullie eigen godsdienstige of morele overtuiging, niet willen dat je één van de aangeboden cursussen volgt, dan kan je na een gemotiveerde aanvraag een vrijstelling krijgen. Dat betekent wel niet dat je dan minder uren les krijgt. Je wordt dan verondersteld tijdens de vrijgekomen lesuren je eigen levensbeschouwing te bestuderen.
Let wel op: dat alles geldt alleen voor officiële scholen. Vrije scholen, zoals katholieke of Israëlische scholen, bieden meestal maar één cursus aan, zoals de katholieke of de Israëlische. Heel weinig vrije scholen laten de keuze tussen godsdienst en niet-confessionele zedenleer. Als dat laatste toch het geval is, kan je ook in een vrije school een vrijstelling krijgen zoals in het officieel onderwijs.