Kennismakingsspelen met pen en papier

Kennismakingsbingo

Voorbereiding: maak een bingoformulier van 7 op 7 vakjes, waarbij je de cijfertjes door leuke eigenschappen vervangt (of steel dit klaargemaakt exemplaar). Bijvoorbeeld: 'Kijkt elke dag naar Thuis' of 'Heeft een lief'. Dit blad kopieer je voor elke leerlingenrader één keer.

Bij het binnenkomen krijgt iedereen zo'n bingoformulier. Het is de bedoeling om als eerste 4 vakjes op een rij gevuld te hebben en dan luid 'Bingo!' te roepen.

Hoe ga je te werk?

  • Je spreekt willekeurig iemand aan en stelt hem een vraag van op je formulier. Bv. 'Heb jij een lief?'.
  • Als die persoon 'nee' antwoordt, ga je verder naar iemand anders. Als die persoon 'ja' zegt, mag je zijn/haar naam onder de vraag bijschrijven.
  • Zo ga je door tot je 4 aaneensluitende vakjes gevuld hebt met een naam uit deze groep. Je kan zowel horizontaal, verticaal als diagonaal een lijn van 4 maken.

De winnaar van deze Bingo is diegene die als eerste 4 op een rij heeft gevonden. Hij/zij wint een prijs!
 

De plooibriefjes

Voor groepen die elkaar al wat kennen!
Maak A4 invulpapieren met een tiental vragen.

Bijvoorbeeld:
     "Waar gaat deze persoon graag op vakantie?"
     " Naar welke muziek luistert de persoon graag?" 
     " Wat zou deze persoon meenemen naar een onbewoond eiland?"
     ...

Ga met de deelnemers rond de tafel zitten en deel de papieren uit (elke deelnemer één papier). Iedereen schrijft zijn/ haar naam bovenaan het papier maar vult verder niets in. De papieren worden meteen doorgegeven aan de linkerbuur. Iedereen heeft nu de vragenlijst van zijn buurman voor zich liggen. Ieder beantwoordt de eerste vraag door zich in te leven in de persoon van wie het papier is. Plooi deze vraag om en geef door aan de volgende.

Op het einde krijgt iedereen zijn eigen briefje terug. Kloppen de antwoorden die de anderen voor jou hebben ingevuld?

Handige tip: begin steeds met de onderste vraag op het blad te beantwoorden! Anders kan je niet omplooien!

Een ventje tekenen

Je legt uit dat het de bedoeling is om elkaar wat beter te leren kennen, maar eerder naar het ‘wie en hoe we zijn’ dan naar oppervlakkige weetjes. Je tekent een ventje en vertelt dat er in ons taalgebruik veel uitspraken zijn die iets vertellen aan de hand van lichaamsdelen.

Je geeft voorbeelden :

  • Ik ben met mijn hoofd in de wolken als ...
  • Ik zit vooral met … in mijn kop.
  • Ik verlies het hoofd als …
  • Ik heb oog voor …
  • Ik trek mijn neus op voor …
  • Ik haal mijn schouders op voor …
  • Mijn hart breekt als …
  • Mijn vingers jeuken als …
  • … ligt op mijn lever.
  • … zit in mijn maag.
  • … sta ik met mijn voeten op de grond.

 
Samen kun je naar nog andere voorbeelden zoeken. Daarna tekent ieder voor zich zo'n ventje of vrouwtje en krijgt de tijd om a.d.h.v. uitdrukkingen iets over zichzelf te vertellen (het is niet persé nodig dat men zich aan die uitdrukkingen blijft houden). De bladen worden uitgehangen en we bekijken ze rustig. Dan gaan we in kring zitten en iedereen licht toe wat op zijn/haar blad staat en er worden vragen gesteld.