Diversiteit

Scholieren geloven niet in inclusie op papier.

Groepsfoto Scholierenkoepel met titel: Kijk op inclusie
Scholieren erkennen het belang van inclusie, maar maken zich zorgen over onderwijsplannen. "Nood aan voldoende ondersteuning, inspraak en aandacht voor veiligheid en welzijn."

RUSSEL – De Vlaamse Scholierenkoepel reageert positief maar tegelijkertijd ook bezorgd op de plannen van Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir om te evolueren naar “scholen voor iedereen”, waarbij scholen zich zoveel mogelijk aanpassen aan alle leerlingen en leerlingen uit het buitengewoon en gewoon onderwijs samen les zullen volgen. Uit een grote bevraging van bijna 19.000 deelnemers en focusgesprekken blijkt dat scholieren het belang van inclusie erkennen, maar tegelijk vrezen dat de hervorming zal mislukken zonder voldoende ondersteuning, inspraak en aandacht voor veiligheid en welzijn. “Scholieren geloven niet in inclusie op papier,” zegt Bas Vanhullebusch (18), kersverse voorzitter van de Scholierenkoepel. “Ze willen dat dit doordacht gebeurt, mét voldoende middelen én mét de stem van scholieren zelf.”

In januari 2026 namen 34.288 scholieren deel aan de Grote Scholierenbevraging. Zij kregen vragen over een veelheid aan onderwijsthema’s. In het voorjaar verscheen er daarover al een eerste reeks cijfers. De Vlaamse Scholierenkoepel is nu klaar met haar onderzoek en publiceert op 29 september het volledige onderzoeksrapport.

Draagvlak verdeeld, bezorgdheden groot

De Scholierenkoepel steunt het principe van inclusief onderwijs zoals vastgelegd in het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, al zijn de meningen van scholieren over de plannen voor “scholen voor iedereen” sterk verdeeld.1 Van de bevraagde scholieren staat 54% negatief tegenover de hervorming, terwijl 32% ze positief beoordeelt. Ook binnen het buitengewoon onderwijs zelf is er twijfel: 49% van de deelnemers uit het buitengewoon onderwijs vindt de plannen geen goed idee, terwijl 36% van hen wel positief staat tegenover de plannen.

"Die bezorgdheden mogen we niet zomaar afdoen als weerstand tegen inclusie,” zegt Vanhullebusch. “Veel scholieren staan achter het idee van inclusie, maar vragen zich af of scholen wel klaar zijn om iedereen de nodige ondersteuning te geven.”

“De minister moet ervoor zorgen dat er zeker genoeg leerkrachten zijn voor in de scholen voor iedereen.” ~ Olivia, scholier uit het buitengewoon onderwijs
“Leerkrachten kunnen op elk moment vertrekken en moeten er niet blijven werken. Leerlingen hebben die keuze niet. Die moeten naar school blijven gaan.” ~ Dylan, scholier uit het buitengewoon onderwijs

Die ongerustheid vertaalt zich ook in de cijfers. Zo maakt 81% van de bevraagde scholieren zich zorgen dat de klas te druk wordt wanneer leerlingen met verschillende noden samen les volgen. 73% vreest dat het niveau van de lessen zal dalen en 72% denkt dat leerkrachten vandaag niet voldoende tijd en ondersteuning hebben om iedereen goed te begeleiden.

“Er zijn kinderen die niet goed tegen de drukte kunnen. Je zit daar in grotere klassen, en hier heb je dat niet.” ~ Billie, scholier uit het buitengewoon onderwijs

Tegelijk tonen de ervaringen van scholieren die reeds les volgen op bestaande inclusieve scholen een genuanceerder beeld. Daar geeft 66% van de scholieren aan dat leerkrachten er wél in slagen om iedereen goed te helpen in de klas. Ook vindt een meerderheid  (56%)  dat ze voldoende aandacht krijgen voor hun eigen noden. “Dat toont aan dat inclusie wel degelijk kan werken,” aldus Vanhullebusch. “Maar alleen als scholen daar de juiste middelen, expertise en omkadering voor krijgen.”

Buitengewoon onderwijs blijft voor velen een veilig nest

79% van de bevraagde scholieren uit het buitengewoon onderwijs vreest dat leerlingen uit het buitengewoon onderwijs vaker gepest zullen worden op inclusieve scholen. De meerderheid van de deelnemers uit het buitengewoon onderwijs (68%) maakt zich zorgen over mogelijke vooroordelen in inclusieve scholen en 53% van hen maakt zich zorgen dat leerkrachten er tegenop zien om leerlingen uit het buitengewoon onderwijs in hun klas te hebben.

 “Leerkrachten van gewone scholen gaan dat niet leuk vinden omdat ze extra tijd moeten geven om ons dingen uit te leggen.”  ~ Salma, scholier uit het buitengewoon onderwijs
“We zijn heel druk. Leerkrachten kunnen hier de klas al niet aan. Laat staan als we plots op een gewone school met 20 in een klas zitten.” ~ Milan, scholier uit het buitengewoon onderwijs

Deze cijfers worden bevestigd in gesprekken met leerlingen uit het buitengewoon onderwijs, die door de Scholierenkoepel werden gevoerd. Daaruit komen sterke bezorgdheden naar voren over welzijn, verbondenheid en veiligheid. Voor veel leerlingen voelt het buitengewoon onderwijs vandaag als een veilige omgeving waar ze zich begrepen voelen. Leerlingen ervaren hardnekkige vooroordelen vanuit de samenleving en vrezen dat ze hiermee geconfronteerd zullen worden in scholen voor iedereen. “Leerlingen vertellen ons dat ‘BuSO’ nog te vaak als scheldwoord wordt gebruikt,” zegt Vanhullebusch. “Ze voelen dat er soms op hen wordt neergekeken of dat ze minder kansen krijgen dan andere jongeren.” Ook pesten blijft een grote bezorgdheid: veel leerlingen geven aan dat ze zich daarover onzeker voelen in een inclusieve schoolcontext.

“Ik heb schrik hoe andere scholieren zouden reageren. Dat ze op een gemene manier zouden reageren.” ~ Ella, scholier uit het buitengewoon onderwijs

Ook voordelen volgens scholieren buitengewoon onderwijs

Tegelijk bleek uit de gesprekken dat scholieren uit het buitengewoon onderwijs ook grote voordelen zien. Zo kan inclusief onderwijs volgens hen meer keuze bieden in studierichtingen en ervoor zorgen dat ze naar een school dichter bij hen thuis kunnen gaan. Wat op zijn beurt weer kansen geeft om een sterker sociaal netwerk op te bouwen in de eigen buurt.

Nog een voordeel dat sommige scholieren uit het buitengewoon onderwijs zien, is meer uitdaging door moeilijkere leerstof. Sommigen geven zelfs aan dat ze het eens fijn zouden vinden om examens te hebben, zoals in het regulier onderwijs, zodat ze beter kunnen inschatten hoe ver ze staan. Tegelijk zijn niet alle scholieren hiervan overtuigd. Sommigen vrezen net dat ze de leerstof niet zullen kunnen volgen en dat het niveau te moeilijk zou zijn voor hen.

Scholieren uit het buitengewoon onderwijs hopen eveneens dat inclusief onderwijs kan helpen om vooroordelen weg te nemen. Wanneer scholieren met en zonder specifieke noden samen les volgen, leren ze elkaar beter kennen. Scholieren hopen dat door samen in de klas te zitten, samen te werken en elkaar dagelijks te ontmoeten, vooroordelen verdwijnen.

“Goed plan van de minister. Iedereen zit dan samen en kan anderen niet meer uitschelden omdat ze in BUSO zitten. Je kan ook meer praktijkrichtingen of sport ofzo volgen.” ~ Amir, scholier uit het buitengewoon onderwijs

De Scholierenkoepel sprak ook met scholieren met autisme die reeds op een inclusieve school zitten. Ze ervaren duidelijke voordelen: ze leren samenwerken in groep, komen in contact met leerlingen uit het reguliere onderwijs en volgen dezelfde leerstof, maar aangepast aan hun tempo, waardoor ze mee kunnen blijven en zich goed voelen op school. 

Tegelijk benadrukken ze dat inclusie vooral werkt wanneer die stap voor stap wordt opgebouwd. Op hun school groeien leerlingen geleidelijk in het reguliere onderwijs, wat volgens hen nodig is om stress en schooluitval te vermijden. Inleefsessies, waarbij alle leerlingen leren over verschillen zoals autisme, worden gezien als een sterke praktijk die wederzijds begrip versterkt. Cruciaal volgens hen is ook de sterke begeleiding die dicht bij de leerlingen staat en mee ondersteunen in de klas. 

Tot slot wijzen ze ook op blijvende uitdagingen, zoals terughoudendheid bij sommige leerkrachten die het moeilijk vinden om brede basiszorg te bieden.

Toegankelijke schoolinfrastructuur

Scholieren zijn kritisch over de schoolinfrastructuur, die volgens hen nog niet voldoende is afgestemd op leerlingen met specifieke noden. Zo blijkt bijvoorbeeld uit de bevraging dat slechts 46% van de bevraagde scholieren aangeeft dat hun school rolstoeltoegankelijk is. 27% is het daar niet mee eens, 21% weet het niet, en 6% geeft aan dat de vraag niet op hen van toepassing is.

Naast rolstoeltoegankelijkheid wijzen scholieren ook op een bredere nood aan aanpassingen in de schoolomgeving. Volgens de Scholierenkoepel ligt daar ook een duidelijke opdracht voor scholen en beleid: structureel in gesprek gaan met leerlingen over wat zij nodig hebben om volwaardig te kunnen participeren en leren op school. Dat betekent niet alleen reageren op bestaande noden, maar ook proactief bevragen hoe een inclusieve leeromgeving er in de praktijk moet uitzien. “Scholieren weten heel goed wat ze nodig hebben, wat werkt en wat niet werkt op hun school,” aldus Vanhullebusch.

Inspraak van scholieren cruciaal

De Scholierenkoepel werd betrokken in de Commissie inclusief onderwijs en de Staten-Generaal die daarop volgde. Dat was een belangrijke stap, maar er is nood aan veel bredere en structurelere participatie, zeker op schoolniveau en in de verdere uitrol van de hervorming. 

De Scholierenkoepel benadrukt dat de hervorming enkel kan slagen wanneer leerlingen zelf actief betrokken worden bij de uitwerking ervan. Scholieren moeten niet enkel bevraagd worden, maar effectief mee vorm kunnen geven aan het beleid dat hen aanbelangt. Daarbij is extra expertise nodig om inspraak echt toegankelijk te maken voor alle leerlingen, ook voor jongeren met specifieke noden. Leerlingenparticipatie moet daarom een centrale plaats krijgen in de pioniersscholen en in de bredere uitrol van het plan.

De organisatie vraagt daarnaast bijzondere aandacht voor de overgangsperiode. “Scholieren leven in het hier en nu,” zegt Vanhullebusch. “Ze willen vermijden dat er halfslachtige oplossingen ontstaan waarbij leerlingen zich nergens echt thuis voelen. Inclusie moet stap voor stap groeien, met voldoende tijd om te evalueren en bij te sturen.”

“Een school voor iedereen kan alleen werken als élke leerling zich welkom, veilig en ondersteund voelt,” besluit Vanhullebusch. “Inclusie mag nooit een besparingsoperatie worden, maar moet een echt engagement zijn om onderwijs beter en menselijker te maken voor iedereen.”

 “Mijn tip voor de minister: Probeer eerst een probeer-school te maken. En hoor de leerlingen hierover.” ~ Nour, scholier uit het buitengewoon onderwijs‍

‍

‍

---

1 België onderschreef op 2 juli 2009 het VN-verdrag voor de Gelijke Rechten van Personen met een Handicap. Volgens dit verdrag hebben personen met een beperking dezelfde rechten en vrijheden als anderen. Met de onderschrijving verbindt ons land zich ertoe inspanningen te leveren om dat verdrag uit te voeren, dus ook in het onderwijs (art.24). Bij punt 2b van dit verdrag staat duidelijk te lezen dat een kind met een handicap toegang moet hebben tot inclusief, hoogwaardig en gratis basisonderwijs en tot voortgezet onderwijs en wel op basis van gelijkheid met anderen in de gemeenschap waarin zij leven. Iets waar Vlaanderen nog ver van verwijderd is.

Geschreven door
Liesje
op
September 29, 2026